
Tomorrow at 22h nocturne concert at Chapelle du Crous in Bordeaux... Premiere of our new Josquin program... To be expected on CD in September!
The news is confirmed: Gesualdo Tenebrae CD won the legendary Caecilia Award 2020 of the Belgian Music Press, the most prestigious Belgian music prize.
Celebration in October...
Thanks to all the people involved, and especially to Alex Fostier, our sound engineer and Carlos Cester of Glossa.

Van Eyck Diagrams expo till Sunday in De Bijloke...
A collaboration with Margarida Garcia and Bert Timmermans.



Last preparations for today’s inauguration of VAN EYCK DIAGRAMS exhibition and screening of the movie with the same name at DE BIJLOKE.
In collaboration with Bert Timmermans and Margarida Garcia
Tonight at 8pm!
https://www.bijloke.be/.../mini_expo.../Van_Eyck_Diagrams/





Attention! This review needs to be read in a dialectical way in order to get its point:
The proof of the instant cult of VAN EYCK DIAGRAMS is in the contradiction between the written praise and the rather bad grades!
(As someone once said after our concert: I didn’t like it, but I enjoyed it!)
Don’t miss it, it's tomorrow, Friday, in De Bijloke because after that, the movie will be on the Flemish cultural Index (sequel of Flemish cultural Canon), only spread through illegal copies disguised as VHS porn cassettes.
And is there a nicer event to share and celebrate than watching a movie together on the big screen?
De Standaard Geert Van der Speeten Recensie film:
‘There is a crack in everything’, dus ook in Van Eyck. Graindelavoix zoekt zijn donkere kant op in een concertfilm.
Het zou een concert worden, een lezing, dan weer een muziektheatervoorstelling. Uiteindelijk ligt er een ambitieus filmproject voor. Het oudemuziekensemble Graindelavoix dook diep in Dark Van Eyck, hun gelijknamige website, met essays die het canonieke onderzoek naar de laatmiddeleeuwse fijnschilder willen counteren. Als spilfiguur voeren ze Gerard Van den Acker op, een fictieve kunsthistoricus die hengelde naar verborgen betekenissen in het oeuvre. Zijn kapitale ontdekking: de perspectieflijnen van het Arnolfini-portret, die uitmonden in een vlekje dat een glimworm blijkt te zijn. Van den Acker wrikt de schilderijen open, om in de barsten een landkaart van contradicties te ontdekken.
Zijn diagrammen, schematische bespiegelingen die doorverwijzen naar Bacon of Rauschenberg, bleven bewaard in een ouderwetse diacarroussel. In de film worden ze gekoesterd als relikwieën. Zeulend met zijn metalen koffer begint Opper-Grain Björn Schmelzer aan een bedeltocht die van Gent naar het Portugese Arraiolos voert. Bronnen zat, voor deze filosofische roadmovie: complottheorieën à la The Da Vinci code,borgesiaanse mystificaties, zelfs een licht-hilarische variant van de film noir. Naast lichtvoetigheid krijg je ook een overvloed geserveerd aan talking heads, en dat van niet-professionele acteurs.
‘De situatie’
Intussen leren we hoe ware kunstenaars moeten knokken om hun verhaal kwijt te kunnen – en hoe wereldvreemd ze zijn. In volle pandemie arriveert de huurtruck van Graindelavoix aan de Bijloke, om een productie op te bouwen en te repeteren. Er is ‘de situatie’, zo krijgen ze te horen in de eerste twintig minuten van wat een covid comedy lijkt te worden. Alles is afgelast. Waarop het zangerskwartet onderdak vindt in de verlaten Gentse Sint-Baafsabdij. Waarvan het gerucht gaat dat ze afgebroken wordt, zegt de huisbewaarder – een opmerkelijk filmdebuut voor architect Paul Robbrecht.
Steak haché
In het schemerduister van de abdijruïnes wordt een steak haché bereid zoals Van den Acker die graag lustte. De kunsthistoricus haatte zangers, met hun grimassen en verwrongen gezichten, zoals ook de zingende engelen op het Lam Gods dat demonstreren. De stiltes en pauzes in de muziek waren hem het liefst. Je moet hem ongelijk geven, telkens als de ongepolijste sound van Graindelavoix opduikt. Schmelzer bracht een prachtverzameling fragmenten bijeen, onversneden meerstemmigheid van Guillaume Dufay en Gilles Binchois, maar ook van minder bekende meesters als Matteo de Perugia of Jacob Senleches. Tussen de gotische gewelven bloeien de sobere stemmen helemaal open.
In Arraiolos, een plek waar Van Eyck misschien op doorreis verbleef, volgt het demasqué. De plaatselijke overheid droomt er van een Van Eyck experience, ‘waarbij de simulatie zelfs echter lijkt dan de echte werken’. Schmelzer weigert de diagrammen ervoor in te schakelen.
In Gent dwalen zijn zangers intussen met augmented reality-brillen door het bezoekerscentrum van het Lam Gods en zien ze in het multimediaal spektakel in de Sint-Niklaaskerk de panelen in vlammen opgaan. Het is een dystopisch slot, met onverholen kritiek op de toeristische piste waarop het Van Eyckjaar inzette. Met als alternatief: opnieuw, en grondig, in het werk duiken. Ook al is dat met een knipoog.

FRIDAY / 18.06.2021
19.30 - 20.00 VAN EYCK DIAGRAMS Official Opening Expo
20.00 - 22.30 VAN EYCK DIAGRAMS Director's Cut
22.30 - 23.00 AFTERTALK Marlies De Munck, Tom Janssens, Björn Schmelzer
SATURDAY / 19.06.2021
19.00 - 23.00 EXPO VISITING HOURS
20.00 - 21.45 DE MONTE VERGETEN / PHILIPPE DE MONTE FORGOTTEN
WEDNESDAY / 23.06.2021
19.00 - 23.00 EXPO VISITING HOURS
THURSDAY / 24.06.2021
19.00 - 23.00 EXPO VISITING HOURS
FRIDAY / 25.06.2021
19.00 - 23.00 EXPO VISITING HOURS
SATURDAY / 26.06.2021
19.00 - 23.00 EXPO VISITING HOURS
VAN EYCK DIAGRAMS - DIRECTOR'S CUT
19/06/2021 - 20:00 Live screening at De Bijloke
Naar aanleiding van het Van Eyckjaar creëerden Björn Schmelzer en Graindelavoix een voorstelling met polyfonie als eresaluut aan het leven en werk van hun trouwe vriend Gerard Van den Acker, wiens vroegtijdige dood abrupt een einde maakte aan een beloftevol en opzienbarend Van Eyck-onderzoek.
Van Eyck Diagrams kreeg door de coronacrisis een nieuwe adem als langspeelfilm, niet alleen als hommage aan het universum van Van Eyck en als hulde aan zijn visionaire interpreet, maar ook als evocatie van de strijd die kunstenaars moeten leveren om gehoord, gezien en begrepen te worden.
Polyfonieportret, kunsthistorische documentaire, filosofische film noir of gewoon Vlaamse Covid comedy? Van Eyck Diagrams is dat allemaal en veel meer.
Met nagesprek in het Bijloke Café
- - -
On the occasion of the Van Eyck year, Björn Schmelzer and ensemble Graindelavoix created a performance with polyphony as a salute to the life and work of their faithful friend Gerard Van den Acker, whose untimely death abruptly ended a promising and sensational Van Eyck research.
As a result of the current situation Van Eyck Diagrams was given new impulse as a feature film. It is not just a tribute to Van Eyck's universe and to his visionary interpreter, but also an evocation of the artist’s struggle to be heard, seen and understood.
Polyphony portrait, art historical documentary, philosophical film noir or just Flemish Covid comedy? Van Eyck Diagrams is all that and much more.
With aftertalk in the Bijloke Café
Written, directed and edited by Björn Schmelzer
With Alain Franco, Andrew Hallock, Albert Riera, Marius Peterson, Arnout Malfliet, Marlies De Munck, Bert Timmermans, Timothy Foubert, Paul Robbrecht, Babucarr Joof, Jana De Lange, Lisa Roelands, Sophie Hellemans, Peter Malfliet, Dauwe Bogaerts, Cas Ezzy, Sasha Lima, Manuel Mota, David Maranha, Margarida Garcia & Björn Schmelzer
Felipe Pipi, Director of Photography
Olivier Blanc, Anton Vodenitcharov & Alex Fostier, Sound
Margarida Garcia, Co-Director
Willem Van Vooren & Katrijn Degans, Production
Björn Schmelzer, Director, Script & Edit
In coproduction with Music Centre De Bijloke Ghent and KunstFestSpiele Herrenhausen at the occasion of 'OMG! Van Eyck was here', with the support of the City of Ghent.
VAN EYCK DIAGRAMS - EXPO
18-26/06/2021

Als tegenhanger van Graindelavoix’ film Van Eyck Diagrams, toont De Bijloke in zijn foyer voor het eerst een selectie uit de legendarische schetsen en studies van kunsthistoricus Gerard Van den Acker. Het publiek krijgt een inkijk in het rijke, maar oneindig verstrooide archief van deze onderschatte kunstwetenschapper.
Van den Acker geloofde dat het mogelijk was om via een diagram de dialectiek van het beeld in het werk van Van Eyck in één oogopslag zichtbaar te maken. De diagrammen zijn tegelijk een vereenvoudiging en een verwikkeling van Van Eyck’s artistieke werkwijze. Ze overstijgen hun oorspronkelijk pedagogische doel en belichten een aspect van de kunsthistoricus als kunstenaar.
Curatoren: Bert Timmermans, Margarida Garcia & Björn Schmelzer
- - -
Together with the movie, a selection of the legendary sketches and studies of art historian Gerard Van den Acker will be presented in De Bijloke Foyer. Van den Acker believed that it was possible to make the dialectic of the image in Van Eyck's work visible at glance. The diagrams simplify as much as they complexify Van Eyck's artistic method. At the same time these diagrams transcend their original pedagogical purpose, transforming this underrated art historian into an artist himself.
Curators: Bert Timmermans, Margarida Garcia & Björn Schmelzer
DE MONTE VERGETEN / FORGETTING PHILIPPE DE MONTE - CONCERTFILM
19/06/2021 - 20:00 Live screening at De Bijloke
Laat onder muziekliefhebbers de naam De Monte vallen en er volgt beslist een diepe stilte. Met als lijfspreuk Rien sans Peine bouwde deze workaholic aan een gigantisch oeuvre waarvan hij al bij leven besefte dat het in de vergetelheid zou geraken. Net dit besef, uit de tijd te zijn, maakt de moderniteit van De Monte en zijn weerbarstige oeuvre uit. Niet voor niets werd hij wel eens de 'Don Quixote van het Italiaanse madrigaal' genoemd. Björn Schmelzer en Graindelavoix ontvouwen in deze concertfilm een reeks composities waarin obstakels, miserie en mislukkingen, de kern van De Monte’s muzikale dramaturgie, centraal staan. Een uniek portret van De Monte als moderne mislukkingskunstenaar.
Met nagesprek in het Bijloke Café
_ _ _
Among music lovers, drop the name De Monte and the result is a deep silence.
Armed with the personal slogan "No Pain no Gain!” (Rien sans Peine), this workaholic built a gigantic oeuvre, realizing already during his lifetime that it would soon be forgotten. It is precisely this awareness of his own anachronism that makes up the modernity of De Monte and his unruly oeuvre. No surprise he was called the ‘Don Quixote of the Italian madrigal’. In this concert film, Björn Schmelzer and Graindelavoix unfold a hidden line of amazing compositions in which obstacles, misery and failures shape De Monte's musical dramaturgy. A unique portrait of De Monte as a modern maestro of failure.
With aftertalk in the Bijloke Café
Artistic Direction Björn Schmelzer
With Teodora Tommasi, Florencia Menconi, Andrew Hallock, Razek François Bitar, Albert Riera, Andrés Miravete, Marius Peterson, Arnout Malfliet, Lluís Coll i Trulls (cornetto), Lukas Henning (arciliuto), Philippe Malfeyt (ceterone)
Felipe Pipi, Film Photography, Direction and Editing
Alex Fostier, Music Recording, Mix and Postproduction
In coproduction with Lunalia Festival van Vlaanderen Mechelen and Music Centre De Bijloke Ghent
Tune in for tonight's online screening of VAN EYCK DIAGRAMS 's director's cut, followed by a talk between Friederike Westerhaus and Björn Schmelzer.
Van Eyck Diagrams ist eine musikalisch-theatrale Séance. Die Ehrenweisung für das Genie des spätmittelalterlichen Malers vollzieht sich in der Wiederentdeckung eines unbekannten und unvollendeten Lebenswerks. Das Vokalensemble graindelavoix und sein künstlerischer Leiter Björn Schmelzer erkunden das Werk Jan van Eycks durch den Blick des Kunsthistorikers Gerard van den Acker, dessen frühzeitiger Tod einer sensationellen Van Eyck-Studie ein abruptes Ende setzte.
In Anwesenheit des Publikums wird das undurchdringliche Archiv dieses einzigartigen Kunsthistorikers erschlossen: seine endlose Reihe von Plänen und Skizzen, seine obsessiven Bemerkungen zu den kleinsten und vagsten Details in Van Eycks Gemälden. Nächtliche Gespräche und musikalische Stunden im Arbeitszimmer Van den Ackers werden wiederbelebt. Dessen paradoxe Beobachtung, dass Van Eyck den Klang, den Lärm, die Stimme und die Stille malerisch einfangen konnte, gerät ins Zentrum der Recherche. So scheint es, als ob man zum ersten Mal die „unhörbare Klangfülle eines Gemäldes“ wahrnehmen könnte – in Kompositionen seiner Zeit von Dufay, Binchois, Solage, Matteo de Perugia und anderen. Ein Besuch am Grab von Van Eycks mysteriösem Bruder Hubert wird schließlich zum dramatischen Endpunkt der Recherche.
Björn Schmelzer und sein Vokalensemble graindelavoix sind mit ihrem einzigartigen Gesangsstil dem Publikum der KunstFestSpiele bestens bekannt. Die raue Körperlichkeit ihres stimmlichen Materials ist das signifikante Merkmal ihrer Gesangskunst, gepaart mit ihrer teils improvisatorischen Praxis der Vokalmusik des 13. bis 16. Jahrhunderts, auf die sich das Ensemble spezialisiert hat.
Präsentiert und Co-produziert durch die KunstFestSpiele Herrenhausen, Muziekcentrum De Bijloke Gent, Stad Gent – stadsmarketing, OMG! Van Eyck was here – Van Eyck 2020



VAN EYCK DIAGRAMS - THE LEGACY OF GERARD VAN DEN ACKER, ART HISTORIAN, the movie!
Fresh and first cut will be shown online at KunstFestSpiele Herrenhausen on May 22th...!
Tickets via https://dringeblieben.de/.../van-eyck-diagrams-graindelavoix









We just finished the shooting of "Forgetting De Monte". With the support of Lunalia Festival and the Bijloke Ghent where we would have been performing these days, we are transforming the Philippe De Monte program into a concert film directed by Felipe Pipi. Excited to present the result beginning of next month...
https://lunalia.be/programma/de-monte-vergeten

Lees of download hier het essay van Bjørn Schmelzer over Philippe De Monte, geschreven voor de brochure van Lunalia Festival, Mechelen 2021
“De Monte Vergeten. De ellende, obstakels en mislukkingen van de laatste der polyfonisten”
https://lunalia.be/.../LUNALIA%202021%20-%20binnenwerk.pdf

Desperately working, at least working...
Here a little témoignage of current investigations...
Première in May at KunstFestSpiele Herrenhausen, Muziekgebouw aan 't IJ and Muziekcentrum De Bijloke Gent.
Conclusion: graindelavoix (and specially its CD-linernotes!) is like alcohol, coffee and cigarets, all bad for your health but life would be shitty without them....

Bjorn Schmelzer's project of assembling/assimilating into his ensemble voices he finds particularly interesting or particularly 'rough,' voices from different musical backgrounds, and facilitating cross-pollination without enforcing homogeneity has resulted in a sound that reminds me, of all things, of South Chinese Sizhu music, where each specific instrument contributes its own distinct idiom of melodic ornamentation and embellishment to the heterophonic texture. In Sizhu, it works because we always have recourse to the basic melody shared by everyone, so there is no chance of things feeling too fragmented. In the Graindelavoix style, on the other hand, we can't even grasp onto the next best thing for stability, harmony, because even that is mostly obscured by everyone's simultaneous ornaments - we don't get long to revel in that archetypical feeling of 4, 5, or 6-voice concordance ringing through our ears and bodies before the ensemble gets restless and everybody has to keep moving, getting into a little queasy portamento or vibrato or something. It's as if they are worried we will get bored, so they have to spice things up a bit.
By the same token, though, it's often easy for me to hear the Graindelavoix idiom as just impossibly verdant, lush, overgrown in a satisfying way, an overwhelming musical ecology where everything demands and rewards maximum attention all the time, and there are indeed moments when other, more 'normal' performances of Renaissance polyphony seem too dry and sparse by comparison. So on the whole I'm kind of frustrated by it, and by Bjorn Schmelzer too, with his intensely self-conscious promotion of the Graindelavoix aesthetic project as something radical or revolutionary via his extraordinarily thought-provoking liner notes - easily the most interesting liner notes in early music, right? It's just that it all seems a bit forced, a bit artificial, and he always gets to have his cake and eat it too - in one essay, he's found evidence in favor of these 'ugly' (actually clearly beautiful, to anyone who can listen outside the aesthetic confines of 20th-century conservatory culture) types of vocal ornaments in historical sources, but in another essay, he was never trying to recreate historical performance practice anyway, but rather to reanimate the repertoire's capacity for vitality or say something about our contemporary relationship to history; in one essay, he finds 'shock-value' embedded in the music itself, and so performs it shockingly, but in another, he is unmotivated by audience response and perhaps those who are shocked should think about their preconceptions (and remember, in each case the music is performed almost the same way)... But, still, I do understand his argument, in the fundamental mode of leftist critical-theoretical argument, that normative early-music performance practice is just as forced and artificial but in a way that's been naturalized as default without self-awareness, and that the only way out is this kind of deliberate jolting out of complacency... it's a valuable critique, and the results sound nice, but I think unlike other early-music iconoclasts like Marcel Peres or Rebecca Stewart, the Schmelzer idiom doesn't really allow for enough nuance and complexity to feel like anything other than a critique, it doesn't stand on its own, all it can do is parasitically point towards its own sense of difference from the norm. So ultimately all the deliriously, enchantingly dense liner notes, which, really, more than the music, I wouldn't want to be without, don't amount to much more than really effective marketing.
This album in particular feels like a kind of summation, to me, precisely because within the Graindelavoix canon it's kind of a minor work, a soundtrack accompanying an art exhibition if I remember right... Some pieces of some obscure masses, an intriguing connection between concurrent shifts in music and architecture, yea, that's Graindelavoix... The Missa Praeter rerum seriem, though, is based on one of my all time favorite Josquin motets, and I'd be lying if I said I wasn't excited to hear that texture treated to the Graindelavoix aesthetic.
Started working on upcoming music theatre show VAN EYCK DIAGRAMS...spring première in Hanover (KunstFestSpiele Herrenhausen), performances in Amsterdam (Muziekgebouw aan 't IJ) and Ghent (Muziekcentrum De Bijloke Gent)...
To quote from the libretto: “Demolishing in the dust by day; Van Eyck sessions and singing by night. Gerard cooked, we sang."



Interview met Björn Schmelzer, in Tertio, 6 januari 2021, door Frederique Vanneuville
Spel met de tijd
“Sorry voor al mijn getater”, zegt Björn Schmelzer verontschuldigend aan het eind van het interview. De oprichter en dirigent van het ensemble Graindelavoix, dat internationale faam verwierf met hun unieke uitvoeringspraktijk van oude vocale muziek, is inderdaad een vlotte prater. Voor hem is het een manier om zijn ideeën verder te ontwikkelen.
“Soms kom ik thuis na een dag werken en zeg ik tegen mezelf: ‘Björn, echt, jongen’. Ik word moe van mezelf”, bekent Björn Schmelzer. “Maar ik heb dat niet in de hand, al doe ik wel mijn best. Ik ben soms echt too much. Misschien zou ik pilletjes moeten nemen. Nochtans kan ik ook uren aan een bureau zitten werken. Maar er zit een soort kinderlijk enthousiasme in me, een verlangen, of noem het een doodsdrift, het gevoel dat ik moet doen wat ik doe. Ik weet niet waar dat vandaan komt. Het lijkt een soort daemon. Ik zie dat bij mijn zangers ook. Elke mens heeft dat toch? Iedereen heeft iets te vervullen, een bepaalde taak, al begrijp je die vaak zelf niet goed en identificeer je je er niet eens mee, vind je het zelfs wat vervelend – maar het is er."
Graindelavoix is in gewone tijden soms wekenlang op reis om concerten te geven. Hoe vergaat het jullie in deze coronapandemie?
“Het is raar genoeg precies nog drukker dan anders terwijl we al sinds 8 maart niet meer hebben opgetreden. Voortdurend ben je bezig met werk te verschuiven en last minute dingen te regelen. Na maanden quarantaine en thuiswerken konden we onlangs toch weer repeteren. Dat gaf een zekere schok, het was bijna komisch vast te stellen dat je bijna niet meer weet hoe je je sociaal moet gedragen. Het is wel interessant dat je nu een soort reset hebt van alles. De dingen zijn niet meer vanzelfsprekend. Alsof je in een soort theater van het leven zelf bent beland, iets totaal surrealistisch. Ik ben daar wel voor te vinden, voor een gezonde vorm van vervreemding. Je ziet dat ook in onze praktijk als ensemble. Er zit altijd iets unheimlichs in ons werk. Sommigen vinden – ten onrechte – dat wat Graindelavoix doet, ‘natuurlijk’ en ‘spontaan’ is, terwijl anderen ons dan weer maniëristisch en artificieel noemen. Mij boeit het dat die tegenstelde inschattingen ons tegelijk worden toegedicht. Het is een kwestie van wat ze in de renaissance sprezzatura noemden, ‘bestudeerde nonchalance’, een rare manier om zoals in het theater zowel de vervreemding ten opzichte van je personage als het volledig incarneren ervan tesamen te brengen. Denk aan wat pleureuses doen, de professionele klaagvrouwen die meelopen in de begrafenisstoet, of aan de koren in Griekse tragedies. Wanneer we kunnen kijken naar mensen die emoties faken, zijn we zelf getroost en in staat om om te gaan met wat we niet kunnen bevatten. Dat concept vind ik interessant. Ik denk dat het bij muziek ook zo is. Het gaat erom zo goed en zo empathisch mogelijk iets te faken. Hoe dikwijls hebben we niet gehad dat mensen ons na een concert komen zeggen: ‘Hoe was het voor jullie? Je zult de extase toch ook wel gevoeld hebben?’ Dat bewijst dat de truc gelukt is, om zo te zeggen. Er is zoiets als authentiek faken. De leugen van de performance, op de een of andere manier: de virtuositeit en technische vaardigheden in die mate maskeren dat mensen de indruk krijgen dat het allemaal spontaan en vanzelf gaat.”
Is dat niet wat alle professionele zangers en kunstenaars tout court beogen?
“Als je zingt en je hebt een goede stem, dan riskeer je in die stem te zwelgen. Het publiek wil die stem horen. De truc is volgens mij om aan je zangers te zeggen dat ze dat moeten afbreken, dat ze er net niet in mogen zwelgen en tegen hun eigen estheticisme in moeten gaan. Ze moeten de partituur als het ware uitwringen, zoals in het middeleeuwse beeld van de bloedende Christus die in een wijnpers zit en door engelen wordt uitgewrongen; het bloed dat stroomt is dan de eucharistische wijn. Zangers snappen dat beeld goed. Je kan een lijn zingen en je kan dat prachtig doen. Maar bij de aanhef van een klaagzang bijvoorbeeld moet je voor de geloofwaardigheid van wat je voor een publiek brengt, de illusie wekken dat je op dat moment werkelijk pijn lijdt. Anders werkt het niet. Idem wanneer een zanger bij een rubato afwijkt van het strikte tempo: door de ene noot als het ware over de andere te trekken, geeft hij aan het publiek bijna de indruk dat hij problemen heeft met zijn partituur. Die tweespalt is moeilijk. Daar komt nog bij dat kunstenaars sowieso narcisten zijn. We maken iets en willen daarvoor aandacht en erkenning krijgen, maar je delft je eigen graf als je daarin zwelgt. Ik ben van opleiding antropoloog en werk sterk met het bijna catastrofale van wat zingen zou kunnen zijn, zoals je dat veel meer hebt in traditionele muziek. Waarom nemen flamencozangers drugs en drinken ze zoveel? Om hun stem te breken als een extreme vorm van het faken van pijn. Dat zijn bestaande technieken om de muziek authentieker te maken. Dat is wat kunst volgens mij doet: een bijna goddelijk faken. Dat boeit mij. Kunst heeft die taak, denk ik: het reële simuleren en op die manier afstand creëren van wat te dicht op je vel komt, namelijk je emoties en het feit dat je je emoties niet kan inhouden.”
Graindelavoix brengt middeleeuwse vocale muziek. Waarom kiezen jullie voor die periode?
“We willen de oude muziek redden uit de handen van mensen die denken dat die muziek hun bezit is (lacht hartelijk). We pogen een alternatief te bieden. Hoe zal ik dat zeggen? Kijk, onlangs kwamen er op de website van Kunstenpunt twee artikels die de oude muzieksector in Vlaanderen inventariseren. Daarin zit een sterk neoliberaal discours dat me erg stoort. Het argument om het over oude muziek in Vlaanderen te hebben, is dat er een grote markt voor is en dat oude muziek het marketinggewijs goed doet. Maar dat kan je over Coca-Cola ook zeggen. Het voornaamste punt is evenwel dat ik absoluut anti-historicistisch ben. Om een vergelijking te maken: in het christelijke geloof spreek je toch niet alleen over de historische Jezus? Het gaat over de incarnatie – of je daar nu in gelooft of niet. Dat God mens is geworden, die ongelooflijke move, dat is de kern van de zaak, niet de vraag of Jezus nu wel of niet getrouwd was met Maria-Magdalena. De meeste mensen die met oude muziek bezig zijn, proberen die muziek te reconstrueren ‘zoals het echt was’, als een soort re-enactment. Ik deel dat uitgangspunt niet. Ik zie daarin geen enkel verschil met iemand die zich graag verkleedt als soldaat in Waterloo of als Romein of middeleeuwse ridder. Wie op die manier aan oude muziek doet, benadert die muziek als een illustratie van een glorieus verleden. Dat vind ik moreel zelfs laakbaar. We moeten niet proberen terug te keren naar de oorspronkelijke situatie van de oude muziek. Wat was trouwens die oorspronkelijke situatie? Mij boeit het verleden precies vanwege de dingen die tussen de mazen van een bepaalde soort van officiële geschiedschrijving glippen. Om die reden heb ik in november een website gelanceerd over Jan van Eyck met een retroactieve lezing van enkele van zijn werken. Die website is eigenlijk een soort politiek project. Van Eyck wordt vandaag ingezet om onze Vlaamse natuur historisch te gaan funderen – alsof wij allemaal een beetje Van Eyck zijn –, maar wij weten niet wat voor iemand Jan van Eyck was! De manier waarop historici naar de 15de eeuw kijken, lijkt me ontdaan van enig gevoel voor emancipatorisch potentieel, alsof alles gezien moet worden in termen van het verkrijgen van macht en alsof een schilder als Van Eyck per definitie onderworpen was aan de machtsstructuren van de kerk en van het staatsapparaat van de Bourgondiërs. Darkvaneyck.com belicht net het subversieve in zijn schilderijen – de cracks, het punctum dat dat werk uit de baan van de geschiedenis slingert. Zijn schilderijen blijken een soort ambiguïteit te bezitten waarop geen sluitend antwoord kan worden gegeven. Daarom blijft die oude kunst zo boeiend. We moeten echt niet denken dat het subversieve een uitvinding is van de 20ste eeuw. Dat was in die tijd ook al bezig, alleen moeten wij die kunstenaars vandaag als het ware helpen door oog te hebben voor het appel dat in hun werk schuilgaat.”
Wat is het appel in de muziek die jullie brengen?
“In de muziek vanaf de 12de eeuw zit ook zo’n crack. Ze breekt met het traditionalistische idee van perfecte eenheid, harmonie en hiërarchie in de kosmos. Zelf geloof ik ook niet dat er zoiets is als een kosmische balans waarin alles en iedereen zijn plaats heeft. De vraag is net: wat is mijn plaats? Is dat niet wat Jezus zich ook heeft afgevraagd: wat is mijn plaats hier feitelijk, welke rol heb ik te spelen, wat is mijn positie? De 12de eeuw is het moment dat er in de geloofsbeleving een overgang is van een verheven, triomferende Christus naar een God die zich volledig geeft en als een verhakkelde mens op het kruis hangt. De richting keert resoluut van een opwaartse naar een neerwaartse beweging. Geen enkele godsdienst kent een God die zichzelf ontkent, die zijn goddelijke natuur verraadt. De contradictie in dat Godsbegrip is fundamenteel. Als je mensen van de NV-A over het christendom hoort spreken, hebben ze het altijd over de christelijke waarden, maar niet over die contradictie, en, nogmaals, daar gaat het volgens mij in essentie over: dat er iets niet klopt. Jezus bracht een boodschap die alles op zijn kop zette, maar die boodschap krijg je maar moeilijk verkocht. ‘Verlaat uw moeder en vader om mij te volgen’ – wat een totaal ander soort gemeenschap en andere soorten engagementen creëert, los van bloedbanden en sociale posities. Daarin zit een enorm emancipatorisch potentieel. Maar zelfs christenen zijn vaak gechoqueerd als je hen daarop wijst.” “Dat brengt ons ver van Graindelavoix, maar het schraagt wel de manier waarop we werken. Het is de lijn die ik probeer te trekken in de uitvoering van die oude muziek. Er zit iets iconoclastisch in wat wij doen, absoluut. Ik ben altijd blij als mensen me zeggen: ‘Die Ockegem heb ik totaal niet herkend’. Dan hebben we een goede zaak gedaan. Dan hebben we Ockegem bevrijd uit het hokje waar hij vandaag in wordt gestoken door de historisch geïnformeerde uitvoeringspraktijk die meent een ‘juist’ beeld van het verleden te hebben en die aan het verleden en aan oude muziek een historische waarde toekent die louter in het verleden ligt, zonder potentialiteit voor het heden.”
“Sommige van die oude muziek werd op een gegeven moment gecomponeerd en ging vervolgens in een soort winterslaap. Dat vind ik een mooi idee, dat muziek ergens in een bibliotheek rustig ligt te wachten tot iemand in de 21ste eeuw zo zot is om dat repertoire open te doen en te proberen uitvoeren. Dat heeft iets enorms, muziek die zo lang heeft liggen sluimeren in het papier. Als je die muziek uitvoert, heb je bijna het gevoel dat je je morele artistieke plicht hebt vervuld. Ze heeft ons nodig om te kunnen bestaan. Misschien is dat wel wat mij zo boeit: dat muziek gemaakt wordt voor de generaties die nog moeten komen. Hoe vaak voelen kunstenaars zich echt begrepen door hun tijdgenoten? Mijn vrouw speelt elektrische contrabas. Na een concert weet je eigenlijk niet wat je van die hedendaagse muziek vindt. Dat zeg ik dan ook tegen vrienden van me die eraan lijden dat hun werk weinig aandacht of erkenning krijgt: je maakt dat nooit voor je tijdgenoten. Ik geloof erg in het transhistorische aspect van muziek. Ook muziek uit pakweg de 15de eeuw is volgens mij niet gemaakt voor haar eigen tijd en heeft daar ook geen baat bij. In die zin is de historiciteit van die muziek niet belangrijk, al is het wel goed om te weten in wat voor een tijd Josquin of Carlo Gesualdo heeft geleefd: dan zie je hoe slim zij waren in het spel met de symbolische orde van hun tijd, net zoals Van Eyck met zijn schilderkunst.”
Hebt u het gevoel alleen te staan met uw visie op tijd, muziek, kunst, geschiedenis?
“We voelen ons met Graindelavoix een vreemde eend in de bijt van de oude muziek, zelfs al worden we regelmatig gevraagd om op te treden en te komen spreken. Naar mijn gevoel begrijpen mensen niet altijd hoe ik de dingen zie. Ik heb al zo vaak de vraag gehoord of wij met het zingen van die christelijk-religieuze muziek dan misschien propaganda maken voor de kerk. Of we worden in het hoekje van de new age geduwd. Mensen komen ons na een concert dan zeggen dat ze zich zo geheeld voelen door naar ons te luisteren. Tant mieux, ik heb daar niets op tegen en daar is op zich niets verkeerds mee, maar zoals ik al zei geloof ik helemaal niet in holisme. Misschien is dat ook wel waarom ik een boek heb willen schrijven. Niet dat ik het gevoel heb mensen te moeten overtuigen. Maar als je iets aan het denken of maken bent, zijn de dingen ook voor jezelf niet altijd duidelijk. Door een boek te schrijven of een cd te maken of een concert in elkaar steken, kom je zelf tot een punt waar je de dingen duidelijker ziet.”
Time Regained. A Warburg Atlas for Early Music is niet zomaar een boek.
“Onze ‘atlas’ is ontstaan in het kader van een tentoonstelling rond oude muziek in Utrecht. Ik suggereerde om iets te doen zoals de Bilderatlas Mnemosyne van Aby Warburg, een joods kunsthistoricus uit Hamburg die vanaf 1927 (sic) op houten panelen afbeeldingen van kunstwerken uit verschillende periodes en regio’s samenbracht met krantenknipsels en advertenties uit zijn tijd. Hij overschreed zo de grenzen tussen tijdperken en tussen disciplines als kunstgeschiedenis, filosofie en antropologie – ongezien in die tijd. Mijn vrouw en ik hebben dat concept proberen te adapteren naar muziek. Met de paradox natuurlijk dat muziek ontsnapt aan beeld en een totaal ander medium is. Het resultaat is een erg uit de kluiten gewassen catalogus.”
Had u een plan in uw hoofd toen u bijna 20 jaar geleden met Graindelavoix begon? Of bent u zelf verrast over waar jullie nu staan?
“Ik heb het zelf erg moeilijk met het kijken of luisteren naar het werk dat we zelf hebben gemaakt. (lacht hartelijk). Als je zo zegt dat we nu bijna twintig jaar bezig zijn… (begint bijna te hakkelen). Ik weet eigenlijk niet wat ik daarop moet antwoorden. Al gaande heeft de weg zich gebaand. Dat is echt zo. Er was geen vooraf uitgewerkt plan. In het begin hadden we met een vijftal partners in crime het idee een ander ensemble te willen zijn voor polyfone muziek en gaandeweg is duidelijker geworden
wat ons parcours was. Het interessante aan Graindelavoix is dat we niet allemaal hetzelfde denken. Ieder blijft zichzelf. Tegelijkertijd is er de wil om ieder met zijn eigenheid in het collectief op te gaan. Soms voel je dat in de humor – veelal zwarte humor. We zijn nogal goed in het relativeren van wat we doen. Niet dat het ons niet kan schelen. Het is meer een houding van ‘zie ons hier bezig’, ‘wat zijn we eigenlijk aan het doen?’. We zitten vaak te lachen met elkaar.”
Happy to see Gesualdo CD in Dieter Sermeus’s year-end-list 2020 of Trix, Antwerp!
https://www.trixonline.be/en/news/year-end-lists-2020/313/

Graindelavoix’s Gesualdo among the best of 2020 according to classical music magazine Scherzo!
"Pocas cosas puede haber más espectaculares en música que la obra de Carlo Gesualdo. Aparte de ser uno de los más grandes contribuidores al repertorio del madrigal italiano, en medio de su encierro y con la muerte ya observándolo de cerca, el príncipe de Venosa tuvo, por suerte para el resto de los mortales, la enorme gentileza de dedicar su particular artesanía a la composición religiosa. Y es esta música tan asombrosa la protagonista de los últimos tres CD de Graindelavoix, a las órdenes de Björn Schmelzer. El resultado escapa por completo de todo a lo que uno pueda estar acostumbrado. El crédito no es sólo de la música de Gesualdo, que no concede tregua alguna entre los continuos estrangulamientos armónicos, perfectos para un texto arrollador, sino también de una interpretación que busca a Dios en los detalles."
Javier Serrano Godoy
https://scherzo.es/memoria-musical-2020-las-mejores-grabaciones-del-ano/

Proud GESUALDO is chosen by BR-KLASSIK as one of the ten best classic cds of 2020!
Das Ensemble Graindelavoix hat in den letzten Jahren unsere Vorstellungen von Renaissance-Musik gründlich durcheinandergewirbelt. Es hat das Ideal eines makellos homogenen Ensembleklangs in Frage gestellt – mit Gesangstechniken, wie man sie aus der traditionellen Musik des Mittelmeerraums kennt. Bei der verstörenden Musik von Carlo Gesualdo geht dieses Verfahren ganz besonders unter die Haut.
Björn Schmelzer und das Ensemble Graindelavoix mit Musik von Carlo Gesualdo
Empfehlung von Thorsten Preuß: Er ist Redakteur mit Schwerpunkt Alte Musik bei BR-KLASSIK.

“Forgetting Philippe De Monte”: The Miseries, Obstacles and Failures of the Last of the Polyphonists...one of the new 2021 programs we are currently preparing on request of Lunaliafestival Mechelen and on stage from March on. Also in Cologne (ZAMUS - Zentrum für Alte Musik Köln), Muziekcentrum De Bijloke Gent, Schwetzinger SWR Festspiele, Utrecht Early Music Festival,...

Preparing the analogue archive of Gerard Van den Acker for the VAN EYCK DIAGRAMS rehearsals December part 1 ...


Starting up singing again since March...three new programs to come for 2021...more info soon...
Photos by Marius Peterson



Happy to announce Gesualdo TENEBRAE’s nomination for the 2021 ICMA awards!

Read the debunking revelation in the second part of this article: "L’Histoire de l’oeil: the Hole and the Stain in Two Portraits by Jan van Eyck".
(Check Closer to Van Eyck for better close-ups (www.closertovaneyck.be))






French top-philosopher Jean-Luc Nancy’s “coups de cœur“: L’ensemble Graindelavoix et Dalida
“Quand j’étais jeune, j’ai fait partie d’un groupe de chant. J’ai énormément aimé chanter. Cette sensation du chant qui vous sort de la bouche a quelque chose de magique : c’est comme si le corps tout entier partait là-dedans... Je viens de découvrir l’album Tenebrae de Gesualdo par l’ensemble Graindelavoix. J’aime le caractère sévère, mais sans sécheresse, de leur chant a cappella. Dans un tout autre style, j’aime aussi Dalida. Il y a une certaine vulgarité dans son personnage, tout y est outré, mais elle donnait de la grâce à une présence qui aurait pu être lourde et « impérialiste ».“



